Leuk om te lezen:
Van onze medewerker
Achteraf bekeken hadden we het moeten weten. Het was voorbestemd dat een Rus dit jaar de Elisabethwedstrijd zou winnen. Vijfenzeventig jaar geleden werd de eerste editie van dit concours gewonnen door David Oistrakh. Andrey Baranov (1986) lijkt met zijn teddybeerachtige gestalte en worstjesvingers niet alleen een beetje op deze Elisabethosaurus. Ook de stukken die hij voor zijn finaleproef selecteerde, werden geschreven voor en gecreëerd door deze grootmeester van de Sovjet-Russische vioolschool.
Nu kan Baranov er prat op gaan in de voetsporen van Oistrakh te treden. ‘Het is amper te geloven’ zegt hij. ‘Oistrakh is een van mijn absolute helden. Hij was een geweldige persoonlijkheid en een eerlijke musicus. Zijn toon is zo puur, met niets te vergelijken.’ Op zijn finaleproef was het duidelijk te horen: Baranov bezit een typisch Russische klank en heeft weet van de traditie die hem voortbracht.
Met uw volgezogen bogen en verzadigde kleuren kon u nog ietsje gevoelvoller te werk gaan, schreven we na uw proef. Speelde u op veilig?
‘Die reserves had ik ook bij mijn finaleproef. Ik had al een hele tijd geen wedstrijd meer gespeeld en moest er weer aan wennen om te spelen voor een jury. De eerste ronde en halve finale heb ik gespeeld alsof het concerten waren: ik heb een bijzonder stabiele psychologie, kan mijn zenuwen goed onder controle houden. Maar als je daar op het finalepodium staat, houd je rekening met al wat je doet. Plotseling begin je na te denken over hoe je speelt. En over muziek moet je niet nadenken. Straks sta ik weer op het podium en is het toegestaan om af en toe stomme dingen te doen.’
De Elisabethwedstrijd staat bekend als een van de moeilijkste wedstrijden ter wereld. Maar voor iemand die een stuk of dertig competities doorlopen heeft, valt dat misschien wel mee?
‘Het is vooral een harde wedstrijd omdat ze zo bekend is. Uit de hele wereld komen enorm getalenteerde mensen naar Brussel, wat het niveau omhoog haalt. De moeilijkheid zit dus niet in het programma. Dat weegt uiteraard zwaar, maar sommige andere wedstrijden vragen niet minder inspanningen. Bovendien is er veel tijd om je voor te bereiden: je krijgt een hele week afzonderingstijd om te oefenen en het plichtwerk in te studeren.’
‘Ik heb lang getwijfeld over de stukken die ik zou spelen. Uiteindelijk heb ik besloten om geen stijlen door elkaar te hutselen, maar om twee Russische stukken uit dezelfde tijd naast elkaar te plaatsen: een luchthartige Prokofjev en een superdramatische Sjostakovitsj. Ik heb dus gekozen voor een concept, geen wedstrijdprogramma. Uiteindelijk doen we aan deze dingen mee om aan concerten te raken. Nu ik deze prijs heb gewonnen, is het wel genoeg geweest. Vermoedelijk is dit de laatste solowedstrijd die ik gespeeld zal hebben.’
Aan welke andere wedstrijden wilt u nog wel meedoen?
‘Kamermuziek! Ik heb met enkele kameraden, stuk voor stuk geweldige solostrijkers, een eigen strijkkwartet gevormd: het Diaghilev Quartet. We vinden het super om samen muziek te maken en zouden graag een internationaal topkwartet worden.’
Van een Elisabethkampioen verwacht je niet dat hij een loopbaan als kwartetspeler najaagt.
‘Ik houd zoveel van muziek dat ik gewoon alles wil spelen. Met mijn kwartet wil ik absoluut alle vijftien strijkkwartetten van Sjostakovitsj erdoor jagen. Daarnaast ben ik ook concertmeester van Musica Aeterna, het orkest van Teodor Currentzis. Als ik bijvoorbeeld een symfonie van Mahler hoor, wil ik die onmiddellijk meespelen.’
Hoe kunt u al die plannen nog gebolwerkt krijgen?
‘Ik moet inderdaad bekijken hoe het uitpakt met mijn solocarrière. Ik wil veel doen, dus ik zal scherpe keuzes moeten maken. Zo had ik een opname in mijn agenda staan met mijn strijkkwartet. Maar omdat ik deze wedstrijd won, moet ik enkele concerten spelen. Dat is leuk uiteraard, maar het een kan het ander in de weg staan.’
Article source: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=H23QKAPL